Cash management Gambian style

071120122359 Het is al vrij laat als we vanuit Farafenni in Barra aankomen. De kleine veerboot is net weg en de grote laat nog wel anderhalf uur op zich wachten. Het is nog maar de vraag of mijn chauffeur Bafoday, die ook naar de overkant moet, er met zijn auto op zal passen. We moeten dus afscheid nemen. Ik moet hem voor al die dagen vaardig chaufferen en prettig gidsgezelschap nog betalen. We hebben een goede prijs afgesproken, maar tot nu toe wilde hij slechts een keer wat benzinegeld. Hij wil het geld pas op het allerlaatste moment in handen krijgen en dan meteen in Barra op de bank zetten. Hij heeft me de slips van zijn twee rekeningen laten zien: een waarop hij de lening aan zijn oom uit de States afbetaalt. hiermee heeft hij zijn nering en grote trots gekocht: een degelijke derdehands Mercedes. De andere rekening is voor het onderhoud van zijn wagen. Dat is door de Gambiaanse wegen nogal een prijzig geintje op zich.

Hij wil zoveel mogelijk kunnen storten. Als hij geld op zak heeft, moet hij voortdurend leden van de extended family en vrienden iets toestoppen. Daarvan zijn we er inderdaad de afgelopen twee weken nogal veel tegengekomen. Als je geld hebt, geef je aan de ‘familymembers’ die geen geld hebben, en andersom. Zo leeft iedereen op de pof en heeft niemand geld om te investeren. En in het kleine Gambia lijkt iedereen wel familie van elkaar. Als iemand tegen je zegt, ‘This is my brother’, hoeft er niet per sé sprake te zijn van een directe familierelatie, maar is de band wel zo hecht dat hij zijn bezit met de brother deelt. Zojuist nog kennis gemaakt met zijn neef Solomon. De vierde zoon van zijn halfbroer, een kleinkind van zijn vader en diens tweede vrouw. Dat is nog zeer nabije familie en dus kreeg ik een kadootje van Solomon. De rest van de dag loop ik met het continent Afrika aan een kettinkje om mijn hals.

‘Then you do the cash management!‘, had ik gezegd. Nu moet ik van de 16.000 dalasi er nog 14.500 betalen. Mijn eigen cash management blijkt echter niet zo goed. Ik kom 2.500 te kort! Hij vertrouwt er blindelings op dat het wel goed komt. Ik geneer me, de rijke toubab die op de pof meerijdt met de ploeterende taxichauffeur. Al met al moeten we rennen, opdat ik nog aan boord kom voordat de vrachtwagens uit Senegal de boot op rijden. Even later sms’t Bafoday dat hij inderdaad moet wachten op de volgende ferry. Een van de leraren van Njaba Kunda neemt 2 dagen later het geld voor hem mee naar de North Bank. Via de sms lees ik dat alles op zijn pootjes is gekomen. Bafoday’s auto is weer een beetje meer van hem.

Een kostbaar geschenk

ParacetamolOp vrijdag kom ik terug van mijn avontuur op de Northbank en weer veilig in het comfortabele toeristenhotel.

Nou ja veilig? Uitkijken met ziek worden, want ik heb mijn paracetamol weggegeven. Ze zijn hier wel te krijgen, in losse strips van 200mg-tabletten. Ze worden onder meer verhandeld bij de wachtplaats van de veerboot naar de Northbank. De straatwaarde is hoog, zo’n 30 dalasi per strip. Dat is omgerekend nog geen euro. Maar ook de waarde van een schaal rijst-met-visprutje, of 5 bananen. In een land waar de meeste mensen zich maar 1 maaltijd per dag kunnen veroorloven.

Eerst kreeg mijn gastheer een strip pillen. Hij loopt als gevolg van polio wat mank en heeft ’s avonds vaak pijn aan zijn been. ‘Dutch painkillers are really really good,’ zei hij de dag erop.  Bleek aan de dosering te liggen. Volgens mijn moeder, die doktersassistente was, moet je er meteen twee nemen. Dan heb je er daarna geen meer nodig, terwijl anders de pijn-en-stress-cirkel soms niet doorbroken wordt. Dat had ik dus ook als advies gegeven. Gastheer Jerreh had, geheel pijnloos, geslapen als een os. Ha, geen wonder, als je 5x meer neemt dan je gewend bent!  Afijn, de volgende dag had mijn driver Bafoday hoofdpijn. Hij kreeg vier stuks, just in case.

Op de laatste dag op de Northbank, nam Bafoday me bij wijze van afscheid mee naar de compound van zijn 84-jarige moeder. Zij lag in het halfdonker op bed, gerimpeld en breekbaar, en had pijn. Ik bedacht me dat ik nog vijf paracetamolletjes in de auto had liggen en bracht ze haar. Ze klopte op het bed dat ik naast haar moest komen zitten. Ze zei een aantal zinnen in het Wollof. Amin. En raakte na elke zin haar voorhoofd aan. Amin. Ze was voor mij aan het bidden! Mijn ogen sprongen vol. Vijf paracetamolletjes: een kostbare schat voor haar. Een oude islamitische oma, die in het halfdonker van haar slaapkamer voor me bidt: een kostbare schat voor mij.